Beschouwingen omtrent de erfelijkheid bij de zangkanarie.Door Miguel A.M. Espada
Keurmeester CNJ/FOCDE - Spaanse Timbrado
(Bewerking en vertaling: E.M. Pardo del Rio - Eweg)

 


Inleiding: Kanariekwekers in Spanje besteden veel tijd aan de ontwikkeling van technieken en theorieën rond de kweek van kanaries. Daarnaast vertellen ze graag over hun ervaringen aan een ieder die het horen wil. Veel respect verdienen al die personen die tijdens voorlichtingsbijeenkomsten andere kwekers informeren, waarbij ze hun verhaal baseren op artikelen en teksten die gepubliceerd zijn in gespecialiseerde tijdschriften. Ik wil hier mijn waardering uitspreken voor hen die in hun vrije tijd zovele uren wijden aan dit mooie werk. Zij dragen er aan bij om de kennis over onze vogels in Spanje op een hoger niveau te brengen. In het algemeen kan gezegd worden dat de technische kennis van veel kwekers vandaag de dag op een behoorlijk hoog niveau staat. Echter, in sommige takken van onze sport blijft nog steeds veel te bestuderen over. Het lijkt er wel eens op dat we ons meer bezig houden met het discussiëren over toegekende punten, het elimineren van deze of gene ongewenste toer of de beoordelingslijst die tijdens de keuring gebruikt is, dan met de essentie van het geheel. We lijken dan te vergeten waar het uiteindelijk allemaal om draait, dat zonder die zangkanarie, zonder die serieuze kwekers en zonder een duidelijke richtlijn omtrent de ontwikkeling van de zang, we niet eens in staat zouden zijn om te spreken over verschillen in zangstructuur of over bepaalde wendingen in de melodie. In het algemeen bestaat er weinig interesse voor een zo belangrijk thema als de erfelijkheid van de zang; en daar moeten we beginnen als we goede zangkanaries willen kweken. Als we dan vervolgens informeren naar de methoden en systemen van zangselectie die door de verschillende kwekers toegepast worden, blijkt in de meeste gevallen dat methoden en systemen als regel afwezig zijn. In andere gevallen komen we de meest fantastische theorieën tegen die direct uit een science fiction verhaal afkomstig lijken. Maar kort samengevat, de meerderheid van de kwekers heeft slechts heel weinig kennis opgedaan omtrent genetica en de invloed van omgevingsfactoren, zoals bijvoorbeeld geluiden, voedsel en licht, op de zang van de kanarie. Toch is dit gebied echt wel de moeite van een serieuze studie waard: elke kweker zou eigenlijk deze materie moeten bestuderen en de conclusies van een ieder zouden we vervolgens met elkaar moeten delen. Na verloop van tijd zal het dan mogelijk worden om een aantal 'natuurwetten' te formuleren, waar een nieuwe kweker kennis van kan nemen. We zouden onze ervaringen kunnen spiegelen aan de ervaring van kwekers van andere soorten kanaries. Maar bovenal zouden we niet zo bang moeten zijn voor het vele stof dat op zal waaien als wij stellingen naar buiten brengen. Immers, alleen door te zoeken naar wetmatigheden zal onze zangkanarie zich verder ontwikkelen, dat is de enige manier. We zijn daarbij in ieder geval niet afhankelijk van laboratoria, noch van hoog gekwalificeerde experts en ook niet van de absolute waarheid van onze beweringen. In het algemeen kost het ons weinig om stellingen uit te proberen om uiteindelijk iets te bezitten waarmee we vooruitgang kunnen boeken, door onze nieuwsgierigheid naar de in de erfelijkheid verscholen logica, door te zoeken naar het 'waarom' van de dingen. Tenslotte is dat hetgeen waarmee de mens zich heeft verheven en waarmee wij ons onderscheiden van alle andere wezens die met ons reizen door de tijd en de ruimte. De onderwerpen die we in dit artikel behandelen vormen de vrucht van ervaringen van vele kwekers, die het belangrijk vinden dat hun hobby, ' het kweken van de Spaanse zangkanarie', zich zal ontwikkelen en verbeteren in ons land, waar men de zangkanarie zozeer waardeert.


Is de zang van de kanarie erfelijk? De vraag die aan alles vooraf gaat, is of de zang van de kanarie al dan niet erfelijk bepaald is. Deze vraag raakt direct het terrein waarover men het meest gedebatteerd heeft in de studies naar het gedrag van dieren (de ethologie): "Is dat gedrag erfelijk of is bedoeld gedrag aangeleerd?". We kunnen hier beginnen met het citeren van auteurs, theorieën en experimenten, maar daarmee zouden we alleen maar verwarring scheppen bij de lezer en deze tekst zou veranderen in een moeilijk en lijvig wetenschappelijk werk. Daarom willen we ons beperken tot de belangrijkste regels die voortgekomen zijn uit het werk van ethologen, ornithologen en enkele gerenommeerde kanariekwekers. We kunnen drie theorieën onderscheiden die overeenkomen met de drie belangrijkste stromingen in de korte geschiedenis van de ethologie:

1. Diegenen die de stelling verdedigen dat de vogel de zang aangeleerd heeft door te luisteren naar zang van volwassen exemplaren.

2. Daar tegenover staan diegenen die ervan overtuigd zijn dat de zang aangeboren is en de ontwikkeling van de zang bij elke soort exclusief afhangt van de erfelijke bepaaldheid.

3. Ten slotte komen we de aanhangers tegen van een theorie die uitgaan van noch het een, noch het ander. Zowel aangeboren als aangeleerd speelt een rol. De basis voor de ontwikkeling van zang zou dan aangeboren zijn, maar door te leren kan het aangeborene verrijkt worden.

In de wetenschap heeft deze laatste theorie tegenwoordig de meeste aanhang omdat deze theorie het best overeenkomt met resultaten van studies en experimenten. Er behoeft dan ook geen twijfel meer over te bestaan dat zang in zekere mate erfelijk is, echter een deel ervan is ook aangeleerd. Dat verklaart hoe het mogelijk is dat zoveel vogels hun zang aanpassen aan hetgeen ze in hun omgeving horen, ook al is het geluid eigen aan een andere vogelsoort, of dat zelfs geluiden geïmiteerd worden die niet eens voorkomen in de vogelwereld. Door ornithologen zijn in het veld de meest extreme gevallen hiervan geobserveerd. Bijvoorbeeld vogels die delen van zangpartituren ten gehore brengen, toebehorend aan een geheel andere vogelsoort. Enkele vogels die hier bekend om staan zijn de spreeuw en de Amerikaanse spotvogel. Ook kennen we vogel families, onder andere de leeuweriken (de kuifleeuwerik, de kalanderleeuwerik) die in staat zijn om de lokroep van een andere soort na te bootsen op een wijze die niet te onderscheiden is van de werkelijke lokroep, zoals is aangetoond door J. Roche. Tot slot bestaan er ook nog de vogelsoorten die door de complexiteit en rijkdom van hun lied nauwelijks te imiteren zijn, maar daartegenover wel het lied van andere vogels kunnen beïnvloeden (zoals bijvoorbeeld de nachtegaal). Bij de kanariekwekers komen we in dit opzicht twee stellingnames tegen, gebaseerd op verschillende belangen: de één wil het door hem toegepaste systeem verdedigen, de ander wil de echtheid van het gecultiveerde ras benadrukken.

1. Kwekers die ervan overtuigd zijn dat de toeren niet door erfelijkheid overgebracht worden. Zij verdedigen de noodzaak om volwassen kanaries als voorzangers of meesterzangers te gebruiken. De jonge kanaries leren daarvan de zang. Echter, deze stelling heeft geen enkele wetenschappelijke basis en dat kan elke kweker direct bij zijn eigen kanaries verifiëren.

2. Kwekers die, alhoewel ze erkennen dat de zang erfelijk bepaald is, vaststellen dat de vervolmaking van het lied alleen met meesterzangers kan plaatsvinden. Dit inzicht lijkt direct voort te komen uit de conclusies van ethologen en ornithologen die vogels in hun natuurlijke omgeving bestudeerd hebben. Naar wat ik gelezen en gehoord heb van gerenommeerde keurmeesters, heeft dit systeem een zeer belangrijke rol gespeeld bij de zangselectie van de Waterslager. Uitgaande van een erfelijk bepaalde aanleg om te kopiëren, completeert men het repertoire van de vogel door het gebruik van verschillende voorzangers, die soms zelfs gespecialiseerd zijn in het brengen van enkel bepaalde toeren. Dit verklaart enigszins het omvangrijke repertoire van sommige van de vogels van dit Belgische ras.

Als het resultaat van het werk van ethologen en van ornithologen erop wijst dat hetgeen onder twee genoemd correct en onderbouwd is en als daarnaast de ervaring van kwekers van waterslagers dit systeem rechtvaardigt, is het dan niet logisch om dit systeem ook over te nemen voor de overige zangkanarie rassen? Nee, toch moeten we dit standpunt verwerpen, volgens de meerderheid van de kwekers die nog een derde stelling verdedigen. Deze kwekers hebben de intentie om de kwaliteit te ontwikkelen die de vogel in aanleg bezit. Zij stellen dat een zangopleiding met voorzangers niet noodzakelijk is en zelfs een negatieve uitwerking heeft op het behoud van de erfelijk bepaalde aanleg van de vogel. Daarom moet volgens hen tenminste gewacht worden tot de zang van de jonge kanaries volledig ontwikkeld is, voordat deze een voorzanger hoort. Centraal staat de eigen ontwikkeling van de zang van de jonge kanarie waarbij voorkomen moet worden dat de jonge vogel tijdens zijn oefentijd enkel probeert om zo goed mogelijk de voorzanger te imiteren. En wat een saaie bedoening zou het worden als we jaar in jaar uit dezelfde zang zouden horen in onze kweekruimtes, met in het beste geval een paar kleine variaties!In overeenstemming met hetgeen aangeduid is in de voorgaande alinea, sluiten wij ons aan bij de aanhangers van deze derde stelling: 3.
De stelling dat de zang van de kanarie voor een belangrijk deel erfelijk bepaald is en dat het bij zangselectie, met als doel om het genetisch erfgoed van onze kanaries te verbeteren en te verrijken, volstrekt onnodig en zelfs ongewenst is om gebruik te maken van voorzangers. Voorzang werkt beperkend ten opzichte van de ontwikkeling van nieuwe toeren en fraaie klanken. De selectie methode op erfelijke basis, die we toepassen bij de Harzer Roller en bij de Spaanse zangkanarie - de Timbrado, biedt alle garantie dat de vogels van deze rassen door hun genetische afstamming juist die eigenschappen bezitten die hen in staat stellen om de voor het ras gewenste toeren te brengen. Echter, de onder drie vermelde stelling behoeft wel enige nuancering. De kanarie kan ieder geluid voortbrengen, dat door de verschillende onderdelen van zijn volledige zang apparaat geproduceerd kan worden, waarbij het belangrijkste zangorgaan de "syrinx" is. Hoe completer en beter ontwikkeld dit zangapparaat is, hoe beter de capaciteiten van de vogel zullen zijn om zang voor te dragen. En dit rijke interpreteren beperkt zich niet tot enkel het eigen lied, de kanarie is van oorsprong een goede imitator ( 1 ), die in de meeste gevallen in staat is om zang te imiteren of kopiëren van andere kanaries, die speciaal voor dat doel zijn neergezet (voorzangers) of van vogels die zich toevallig in zijn buurt bevinden. Om te bewerkstelligen dat onze jonge kanaries dus in staat zijn om hun lied volledig te ontwikkelen, in alle facetten die de vogel door zijn afstamming op erfelijke basis heeft meegekregen, moeten we voorkomen dat de vogel de zang hoort van volwassen vogels ( 2 ). We kunnen nu vaststellen dat de aangeboren aanleg om een serie toeren voort te brengen erfelijk bepaald is, die tot een harmonieuze melodie gevormd worden gedurende een gemarkeerde periode van 'oefenen, oefenen en nog eens oefenen', passend bij de fysieke mogelijkheden van het betreffende exemplaar en mede beïnvloed door de factoren die in de omgeving aanwezig zijn tijdens het proces van volwassen worden ( 3 ).Zo komt het dat de zang van onze jonge kanaries in het ene jaar verschilt van het andere jaar, maar dat de zangstructuur jaar in jaar uit bewaard blijft. Echt duidelijk wordt dit zichtbaar als er gekweekt wordt in lijnen met bloedverwantschap, deze lijnen versterken immers die specifieke genetisch bepaalde mogelijkheden van het dier, omdat er dan uiteraard minder variatie in het genotype verenigd is. De rijke genetische eigenschappen van de zangkanarie maken het onnodig om met voorzangers te werken, sterker nog, voorzangers verarmen het repertoire van onze vogels, als we ons voorstellen dat de jonge vogel zich gedurende zijn leertijd zal toeleggen op het imiteren van hetgeen de vogel hoort. Ongetwijfeld zal een vogel door het imiteren van toeren van de voorzanger zijn eigen, misschien wel superieure, klanken verwaarlozen of zelfs helemaal niet ten gehore brengen. Maar wat in het perspectief van ons streven de doorslag geeft, is dat een vogel die getraind is met voorzangers ons geen enkel houvast biedt omtrent de zang mogelijkheden die hij geërfd heeft volgens zijn afstammingslijn. We kunnen dan immers alleen met zekerheid iets zeggen omtrent het vermogen van de vogel om te imiteren, om de geluiden in zijn omgeving over te nemen.


Samenvattend kunnen we nu stellen dat als de zang van de kanarie deels aangeboren aanleg en deels aangeleerd is, het voor de ontwikkeling van de zangkanarie belangrijk is om te zoeken naar het aangeborene en niet naar het aangeleerde, om zo uiteindelijk ons doel te bereiken: een vogel met een brede genetische basis waaruit een rijke zang kan voortkomen, die ons in staat stelt om door toepassing van selectie het gewenste lied te kweken.


De meerderheid van de argumenten die genoemd worden tegen een erfelijk bepaalde aanleg van de zang van de kanarie zijn gebaseerd op verkeerde conclusies uit goede experimenten, die echter van het begin af aan nooit bedoeld zijn om het doel te bereiken waarnaar wij streven. Zo worden bijvoorbeeld experimenten geciteerd, die gerealiseerd zijn met exemplaren van verschillende vogelsoorten geplaatst in geluidsdichte ruimten. Er zijn zelfs experimenten uitgevoerd met vogels waarbij het gehoor niet functioneerde In het eerste geval, bij de geïsoleerde vogels, ontwikkelden de vogels een rudimentaire zang, erg arm van klanken. Bovendien bleven de op deze wijze groot gebrachte exemplaren duidelijk achter in de ontwikkeling ten opzichte van de exemplaren die in het wild opgroeiden. In het tweede geval, bij de 'dove' vogels, ontwikkelden de arme dieren een zang die nauwelijks zang te noemen was, het was meer een opeenvolging van enkele klanken. De resultaten van deze experimenten hebben sommigen doen concluderen dat zang dus niet aangeboren maar volledig aangeleerd is. Maar vandaag de dag weten we dat het voor de ontwikkeling van de zang noodzakelijk is dat de vogel een aantal stimuli ontvangt, waarmee de juiste lichamelijke mechanismen in werking worden gezet. Door het samenleven in een groep van verschillende jonge vogels in een vlucht of volière, worden sociale relaties ontwikkeld, er treedt rivaliteit op bij het bemachtigen van voedsel, een eigen plekje wordt afgebakend, een hiërarchie tussen de vogels ontstaat, et cetera. Dit complex van sociale gedragingen draagt bij tot de ontwikkeling van bepaalde instincten, zoals bijvoorbeeld de verdediging van een eigen territorium, die van fundamenteel belang zijn en betekenis geven aan de zang als zodanig. Op deze wijze ontstaan de perfecte omstandigheden waarin de hormonale ontwikkeling kan plaatsvinden die uiteindelijk de ontwikkeling van de zang determineert ( 4 ). Bij een geïsoleerd opgroeiende vogel ontbreken deze stimuli volledig - en zang is uiteindelijk een vorm van communicatie. Met wie zal de vogel communiceren als het onmogelijk is om sociale relaties te onderhouden, met welke soort dan ook, verstoken van stimulansen die de ontwikkeling mogelijk maken? Het kwartje valt als we stilstaan bij het feit dat jonge vogels een groep vormen en dat ze leren van elkaar in de tijd dat de zang alleen nog maar geoefend wordt ( 5 ). In studies ook wel de fase genoemd van 'plastische' zang - waarin het uiteindelijke lied gevormd wordt, in de veronderstelling dat tijdens deze fase de zang nog verandert. Daarna volgt dan de volwassen zang die niet meer aan veranderingen onderhevig is ( 6 ). In het gegeven dat binnen die groep jonge vogels onderling het lied zijn uiteindelijke vormen aanneemt, ligt de basis van de reden om af te zien van het gebruik van een voorzanger. Want uit de genetische aanleg van de vogel zullen de mooiste en meest complete melodieën gevormd worden. We moeten goed beseffen dat bij het merendeel van de vogels waarmee experimenten gedaan zijn, het vogels betreft die hun volwassen zang vooral leerden van de vogels om hen heen. Dat verklaart dan dat de vogels die in een geïsoleerd groepje opgroeiden en daardoor dus slechts een beperkt zangaanbod hoorden, achterbleven bij de vogels die in het wild opgroeiden ( 7 ). Maar we kunnen geen waarheden ontlenen aan experimenten die gedaan zijn met vogels die in het wild leven. Deze vogels zijn niet door de jaren heen geselecteerd zijn op hun zang. Het is niet mogelijk om met deze experimenten vast te stellen in welke situatie een vogel een meer of minder complete zang kan ontwikkelen. Bij deze 'wilde' vogels is immers nooit geselecteerd op een genetische aanleg voor de zang. Gerichte zangselectie heeft nooit plaatsgevonden. Het enige dat we bereiken als we de conclusies uit deze experimenten doortrekken naar onze eigen vogels, zonder te letten op het kader waarbinnen deze experimenten zijn uitgevoerd, is een totale verwarring onder de kwekers van onze zangkanaries.


Tot besluit van dit artikel willen we dan ook benadrukken, het kan wat ons betreft niet vaak genoeg gezegd worden, dat het werk van de kwekers van zangkanaries gebaseerd moet zijn op de vorming en ontwikkeling van de genetische aanleg van de vogel. Alleen zo creëren we een solide basis waarbij de verschillende rassen in staat zullen zijn om hun repertoire elk jaar te verbeteren, binnen de normen van de selectie van de kweker en zonder gebruik te maken van de leerschool van een voorzanger.


Noten:

1. ) De mogelijkheid om zang te copieren is zeer goed ontwikkeld bij kanaries die dicht bij de oorspronkelijke 'wilde' kanarie staan, waarbij de ontwikkeling van de capaciteiten om te copieren een consequentie is van het leven in vrijheid, om precies te zijn een ontwikkeling van het gehoor. De gedomesticeerde variëteit die daar het dichtst bijkomt is de spaanse zangkanarie -de Timbrado.

2. ) Leest u hierover ook: "Influencia de los meses de voladero en el canto del canario. El canario de Canto Espanol" - gepubliceerd in "Pajaros, no 13, pag 91 e.v. uitgegeven in het jaar 1993 waarbij de auteur dezelfde is als van het voor u liggende artikel.

3. ) Hierbij moeten we bedenken dat de zang deel uitmaakt van het fenotype en dat dit het product is van de invloed van de omgeving op het genotype: fenotype = genotype en omgevingsfactoren

4. ) Gerealiseerde studies laten zien dat de toename van testoteron in het bloed van essentieel balang is voor de ontwikkeling van de zang.

5. ) Binnen de hierarchie die door de vogels gevormd is, zullen de vogels die boven aan de hiërarchische ladder staan met hun zang de lager geplaatsten imponeren, daaruit is op te maken welke vogel of vogels in een voliere de normen bepalen van het leerproces.

6. ) In de cyclische ontwikkeling van de zang worden drie fasen onderscheiden:

1. Pre-zang: vanaf 20 tot 22 dagen na de geboorte totdat de vogel ongeveer twee maanden is. Deze fase is typisch voor het eerste jaar.

2. Zangvorming (plastisch): de tijd dat geoefend wordt, vanaf ongeveer twee maanden totdat de zang gesloten wordt.

3. Stabiele zang: de uiteindelijke zang van de vogel. De vogel is dan volwassen. Deze fase duurt tot aan de periode van de rui, waar de daling van de testosteronspiegel ervoor zorgt dat de vogel opnieuw in fase 2 terechtkomt: de plastische zang. Dit verklaart waarom vogels in deze periode weer van andere vogels toeren overnemen en zo toeren toevoegen aan hun lied of weglaten. Als de periode van rui voorbij is en de kanarie weer op krachten is, komt de vogel weer in een periode van stabiele zang.

7. ) Het is hierboven al aangetoond dat de experimenten met geisoleerde exemplaren in een geïsoleerde geluidsdichte ruimte, geen goede invloed heeft op de zangstudie van de vogels, op dezelfde wijze is door de ethologen ook aangetoond dat jonge mannen in een groepje afgezonderd een zang ontwikkelen die armer is dan de zang van de exemplaren die wel de volwassen vogels hebben horen zingen wat overeenkomt met de theorie van verrijking en ontwikkeling van hetgeen in aanleg aanwezig is. Enkele auteurs stellen dat in de oefenperiode de jonge vogel een leerproces volgt gebaseerd op het succes van 'trial and error'.

 

 

Login

Om de verslagen te lezen moet u ingelogd zijn. U kan zich registeren met uw eigen unieke ID en paswoord. Na activatie van de webmaster krijgt u exclusieve toegang tot de verslagen. Hou er rekening mee dat u de login gegevens strikt privé houd. Registreren doet u door op "registreer" net hierboven te drukken.

Sponsors

 

 

Teller

201349
Vandaag
Gisteren
Deze Week
Vorige week
Deze maand
Vorige maand
Totaal
23
8
95
1635
241
440
201349

Uw IP: 54.224.102.26
2017-11-18 10:19